Afterglow?

Zoals ik al schreef in een vorige post over groene energie die niet zo groen blijkt te wezen, beschouwen velen kernenergie als een alternatief voor fossiele brandstoffen. Het argument is dan natuurlijk dat er geen CO2 uitgestoten wordt. In mijn schrijfsel verwijs in al naar een artikel dat handelt over de massale vervuiling veroorzaakt door de winning van splijtstof in het straatarme Niger. Het Franse overheidsbedrijf Areva heeft het gebied rond de uraniummijnen in Niger blijkbaar niet ontsmet, zoals het eerder beweerde.

De winning van uranium is – wat had u gedacht? – niet zo proper. Niet veel mensen weten dat blijkbaar. Dat de opslag een probleem is, dat is meer algemeen bekend, maar het lijkt me toch dat niet veel mensen precies weten hoe het daarmee gesteld is. Degenen die denken dat alles in kannen en kruiken is, mogen nog eens denken. Dat is namelijk ook niet het geval, en dat wordt ook liever niet aan de grote klok gehangen, zeker niet door de kernlobby.

Het toeval wil dat ik juist vandaag een artikel zie in de krant, dat de zaken mooi samenvat.

De titel van het artikel is: “Olympische zwembaden vol radioactief afval”. We hebben nu al wel wat liggen, maar volgens de prognoses van het NIRAS zit België in 2070 met 69.900 m³ kortlevend laag- of middelradioactief afval, 10.430 m³ langlevend laag- of middelradioactief afval en 4.500 m³ langlevend hoogradioactief afval. Tegen 2070 zullen we in België dus ongeveer 85.000 m³ kernafval moeten beheren. Dat is blijbaar het equivalent van 34 olympische zwembaden vol radioactief afval. Ik zal er dan waarschijnlijk niet meer zijn, en voor vele lezers geldt waarschijnlijk hetzelfde (ik word er 104 dat jaar). Maar uw kinderen en kleinkinderen zijn er dan wel nog.

Het volume hoogradioactief afval bedraagt om de veertig jaar iets in de grootteorde van het volume van één tennisbal per persoon, dus ongeveer twee tennisballen per mensenleven. Dat zijn dus in België alleen al meer dan 20 miljoen tennisballen. Werk aan de winkel voor Kim en Justine, zou ik zeggen. Veel werk. Maar ik twijfel er aan of de dames wel met dergelijke ballen willen spelen. Ik liever niet, in ieder geval. Nogmaals: in belgenland alleen. En belgenland is niet geweldig groot, dat moet ik u niet vertellen… En niet onbelangrijk: al die tennisballetjes samen zorgen voor 97,5 procent van alle radioactieve straling in ons land.

Nu, optimisten, en vooral opportunisten, zullen wel zeggen dat we tegen dan wel een technologische oplossing zullen hebben voor dat afval. Welleuh, zou kunnen. Ik wil die dames en heren er wel even op wijzen dat zo’n goeie 70 jaar na de eerste atoomsplitsing radioactief afval nog altijd een enorm probleem is. We hebben dus al even tijd gehad om een oplossing te vinden, meen ik te mogen stellen.

Ik citeer er even een stukje uit, maar lees vooral het ganse artikel.

Ondanks grote investeringen in onderzoek, is er in de hele wereld nog geen enkele definitieve bergingssite voor hoogradioactief afval. Maar plannen zijn er genoeg. In juni 2009 besliste Zweden om zijn langlevend afval op te bergen in de granietlagen van Forsmark, 200 kilometer ten noorden van Stockholm. De werken beginnen in 2015 en de site zou in 2024 operationeel zijn. Buurland Finland nam in 2001 de beslissing om het hoogradioactieve afval te bergen in een kristalformatie op het eiland Olkiluoto. Vanaf 2020 zou daar hoogradioactief afval definitief kunnen worden opgeborgen.

Nog steeds niets verwezenlijkt dus. Maar er zijn plannen 🙂

Nu, het is duidelijk dat onze volgende generatie, en die daarop, de boel zullen mogen opkuisen (als ik ’t zo bezie, zullen ze wel meer mogen opkuisen, ik neem aan dat ze ons niet geweldig dankbaar zullen zijn daarvoor). Maar zelfs dan. Als ze het opgekuist krijgen, dan zitten we nog wel met een probleempje. Tenware ze een manier vinden om die radioactiviteit te neutraliseren (niet erg waarschijnlijk, maar we hebben een open geest), zijn een aantal van die afvalproducten van kerncentrales nogal lang actief. Bekijk de laatste drie regels van de onderstaande tabel maar eens.

Halveringstijd radioactieve stoffen (bron NIRAS)
Toepassingsgebied Halveringstijd
Jodium-123 Nucleaire geneeskunde: diagnostiek 13 uur
Iridium-192 Nucleaire geneeskunde: therapie 74 dagen
Kobalt-60 Nucleaire geneeskunde: therapie 5,27 jaar
Cesium-137 Nucleaire geneeskunde: therapie 30 jaar
Koolstof-14 Ouderdomsbepaling materialen 5.730 jaar
Plutonium-239 Productie kernbrandstof 24.065 jaar
Uranium-235 Productie kernbrandstof 704.000.000 jaar

Merk op, de tabel geeft de halveringstijd weer. Dat wil dus niet zeggen dat de radioactiviteit verdwenen is na die tijd. Bijlange niet. En we spreken over miljoenen jaren (in wezen miljarden jaren in het laatste geval, voor alle radioactiviteit verdwenen is).

Ik laat de lezer maar zelf zijn of haar besluit trekken. Maar mij moet je niet komen vertellen dat dit “schone” energie is. Verre van zelfs… En de oplossingen om het afval te behandelen (lees: stockeren) zijn wat mij betreft ook verre van voldoende. Enfin, we dumpen het toch al niet meer in de zee… denk ik…

Advertenties

Over Dr. D. U. Iveltje

Een ingenieur met brede interesse en behoorlijk wat ervaring. Mijn interesses behelzen onder meer wiskunde, fysica, creativiteit, geheugen, astronomie, talen, bier, wijn, onmogelijke figuren, architectuur, AI, multimedia, beeldbewerking, natuur, earthships & cob, ...
Dit bericht werd geplaatst in energie, milieu, politiek, vervuiling en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s